Natuurmonumenten kleurt resultaten

Deze week verscheen een rapport over de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen in vier Natura 2000 gebieden in Drenthe. Het onderzoek was op verzoek van Natuurmonumenten uitgevoerd.  Er waren 31 bestrijdingsmiddelen aangetroffen. Gelijk een Pavlov reactie werd  met de beschuldigende vinger naar de landbouw gewezen.  Onterecht naar nu blijkt.

De persvoorlichter van Natuurmonumenten legde een verband met de landbouw. Het onderzoek vond geen verband tussen de gevonden bestrijdingsmiddelen en de afstand tot landbouwgebieden. Dat zou aanleiding moeten zijn geweest om naar andere bronnen te zoeken.

De 4 meest gevonden middelen worden niet in de agrarische sector gebruikt. Planten produceren ze zelf, komen vrij bij verbranding, zijn bestanddeel van industriële reinigingsmiddelen of zijn, zoals Deet, een insectenwerend middel.

Difenyl werd zowel in frequentie als volume het meest aangetroffen. Een stof wordt gevormd bij verbranding. De Nederlandse personenauto’s produceren per jaar  6000 kg van deze stof. Het rapport ging hier volledig aan voorbij.

Het is niet de eerste keer dat Natuurmonumenten onderzoeksresultaten gekleurd communiceert en  zonder bewijs naar de landbouw wijst. Zelfs wanneer de rapporten vermeldden dat de oorzaak onbekend is.

In maart 2018 verscheen het rapport:” Alle beestjes helpen”. In het begeleidende persbericht werd gesproken over een dramatische achteruitgang van  5 insectensoorten. Alleen de wantsen waren stabiel. De insectenstand zou met 70 % zijn afgenomen. De directeur van Natuurmonumenten legde een verband met het gebruik van bestrijdingsmiddelen door de landbouw. De wetenschappelijke publicatie over dit onderzoek ( C.A. Hallmann et al, 2019) noemt slechts over de teruggang van 3 van de 6 onderzochte soorten.

Volgens diezelfde perspublicatie van Natuurmonumenten was  de stand van haften(eendagsvliegen) in 27 jaar met 98 %  teruggelopen, terwijl Hallmann de stand van deze populatie stabiel noemt. In de periode van 2009 tot 2017 is populatie haften zelfs een licht stijgend. Een creatief staaltje datashopping zorgde voor publicitair aantrekkelijke cijfers.

Het onderzoek vond plaats over een periode van 12 jaar. Alleen in de laatste 9 jaar waren de cijfers in opeen volgende jaren beschikbaar. Wetenschappelijk dus volkomen juist om alleen die cijfers te gebruiken. Maar men ging verder. De cijfers van 12 jaar werden geëxtrapoleerd naar een periode van 27 jaar. Een wetenschappelijke doodzonde.

Iets vergelijkbaars  gaat op voor gaasvliegen. De onderzoekers vonden de trend in hun aantallen te onduidelijk om een eenduidige conclusies te kunnen trekken.  Natuurmonumenten noemde een teruggang van 72 %.

Natuurmonumenten maakt zich terecht zorgen over ons leefmilieu en de insecten stand. Het selectief winkelen in gegevens, het overdrijven van de resultaten en het systematisch wijzen naar de agrarische sector maakt de organisatie ongeloofwaardig. De leden van Natuurmonumenten hebben recht op objectieve en betrouwbare  informatie.  De uitspraak dat de insecten stand met 70 % afgenomen is, is op zijn minst overdreven.

Bloeiende woestijn

 

Vlak voordat de Corona crisis de Verenigde Staten in de houdgreep nam, maakten wij een reis door het zuiden van Californië. Onze zoon had zijn afstudeerproject in San Diego afgesloten.  Een aanleiding om daar op vakantie te gaan, maar eigenlijk een excuus om  de ouderlijke nieuwsgierigheid naar zijn leefomgeving te bevredigen.

Albert Hammond zong het: ” It never rains in Southern California”. Dat klopt ook. De kuststreek is nog redelijk groen. Het Sierra Nevada gebergte werkt als een regenscherm voor het oosten van de staat . Incidenteel kan een regenwolk dit woestijn gebied binnendringen.

De weg naar Death Valley was kaarsrechte streep naar de horizon en doorsneed het uitgestrekte woestijngebied. De schaarse vegetatie bestaat uit struikjes smakkend naar een druppeltje vocht. De laagstaande avondzon gaf de bergen aan de horizon een gouden glans. Het complementeerde een indrukwekkend panorama.

We maakten een wandeling door droog  gebied met een oase als einddoel.  We hadden geluk. In de weken voor onze trip had het een klein beetje geregend. Het had  kleur in de dorheid gebracht.  De wandeling duurde langer dan beoogd . Bij de voor ons onbekende  planten bleven we staan om de bloemen beter te bekijken. In andere perioden  zouden we de planten als dood hout hebben genegeerd. Vanuit de struiken klonk een monotoon gezoem van een insecten die door de bloemenpracht waren ontwaakt. Af en toe werd dat aangevuld door een zwak gekrijs van hoog in de azuurblauwe  lucht zwevende vogels.

Er is weinig nodig om de woestijn tot bloei  te brengen.  Ik moest daaraan denken toen ik niet meer kon ontsnappen aan de oproep om meer aandacht  aan elkaar te besteden. Volgens minister De Jonge kan een simpel telefoontje of even zwaaien naar de buurvrouw veel voor hen betekenen. Het helpt hun opgedroogde sociale contacten weer op te fleuren.

De intelligente lockdown  heeft normale sociale contacten geminimaliseerd. De zeldzame 1,5 meter gesprekken voelen ongemakkelijk. De Corona epidemie heeft het weer verdrongen van de eerste plaats op de lijst van gespreksonderwerpen.

Alleen tijdens het boodschappen doen ontmoet je mensen. In de kleinere winkels staat de toonbank tussen de bedienden en de klant. In supermarkten  worden angstvallig  winkelwagentjes-dansen uitgevoerd om elkaar te mijden. Een plotselinge tegenligger danst naar achteren om vervolgens aan het eind van het pad een draai te maken. Iedere shopper is een potentiele besmettingsbron die je  “als de pest” mijdt.

Ik ben thuis niet alleen en heb dus een gesprekspartner. Anderen zijn niet zo gelukkig. Ook zij hebben behoefte aan contacten. De bijeenkomsten waar je hen normaal zou ontmoeten zijn verboden. Daarom is contact met leggen zo belangrijk. Een beetje aandacht als een telefoontje kan ook hen een beetje laten opbloeien.

vergaderen 2020

De anderhalvemetersamenleving dwingt ons om fysiek afstand van elkaar te houden. Normale dagelijkse omgangsvormen werden verbannen.  Internet werd de levenslijn voor de onderlinge contacten. De wereld kreeg een spoedcursus digitaal communiceren.

De vergadercultuur is revolutionair veranderd. Skype, Google Meet, Teams , Zoom, Houseparty en Gotomeeting zijn niet langer voorbehouden aan internationaal werkende organisaties en werden overnacht standaardtermen in het Nederlandse overlegcircuit.

Email en Word waren zelfs voor de grootste digibeten al gemeengoed. Het digitaal vergaderen nog lang niet.  Het aandoenlijk hulpeloze gehannes van de onervaren gebruikers herken ik. Ze moeten hetzelfde voelen als toen ik zonder een woord Chinees te spreken in Beijing aankwam en volkomen afhankelijk was van derden. De niet voor andere oren bedoelde gesprekken tussen  hulpverlenende huisgenoten en de radeloze beginner maken het moeizame begin van bijeenkomsten op afstand dragelijk.

De onzekerheid over de verstaanbaarheid wordt gecheckt.  Gelijktijdig  bevestigen meerdere mensen in verschillende varianten dat het geluid aanstaat. Wanneer ook het knopje voor de videoverbinding is gevonden, schieten hulptroepen beduusd uit beeld.

De grootste druk ervaart de organisator van de bijeenkomst. De spanning of alle beoogde deelnemers op tijd  inloggen leidt tot natte oksels. Er is altijd iemand die via de app mislukte pogingen om in te loggen meldt.  De link werkt niet of is al gedelete. Die moet opnieuw worden gezonden.

Het  onderontwikkelde webcamgebruik  is kenmerkend. Het tegenlicht zorgt voor zwarte profielen en de geïmproviseerde slaapkamer of zolderkantoren zijn een gelegitimeerde  privacy inbreuk. Een decor van wasgoed op de zolderkamer geeft een ongemakkelijk gluurdersgevoel.

De gezichtencollage op het beeldscherm biedt interessante inkijkjes . Hoofden worden uit verschillende standen getoond. De beelden maken een studie van onderkinnen tegen een achtergrond van plafonds mogelijk.  Een te hoge stand geeft inzicht in de laatste haarkleuring bij de dames en de mate van kaalheid bij mannen. Close-ups van halve gezichten die al 10 weken geen kapper hebben gezien completeren de beeldengalerij.

Iedere afleiding wordt onderdeel van de vergadering. Een kind dat met natte haren welterusten komt wensen, een koerier, die aanbelt  of een huisgenoot die nieuwsgierig naar de gesprekspartners is.

De digitale vergaderetiquette is nog in ontwikkeling. Geen email checken, niet tussentijds weglopen, de microfoon dempen, een interruptie aankondigen en kort en bondig spreken zijn een paar uitgangspunten.

De digitale zakelijkheid  heeft een definitieve plaats in de groepscommunicatie veroverd. De efficiëntie is groot. Geen reistijden en voor prietpraat is geen ruimte. Het gebrek aan sociale interactie is een gemis. Voor echte communicatie is het essentieel dat we lichaamstaal kunnen lezen, elkaar fysiek treffen en tijd nemen om over andere dingen te praten. Daar moeten we ook in de anderhalvemetersamenleving oplossingen voor vinden.

Proactieve Ammoniak Strategie

De PAS-uitspraak van de Raad van Staten heeft ons land met de neus op de feiten gedrukt. De impact is enorm. In allerijl werd een adviescollege ingesteld. Tegenstanders van de intensieve veehouderij grepen de kans aan om weer te pleiten voor een drastische afname van de veestapel. Voor de veevoederindustrie een mogelijkheid om zich positief in het debat op te stellen.

De commissie Remkes moet op korte termijn met adviezen komen. De maatschappelijke druk om de woningbouw en infrastructuurprojecten prioriteit te geven boven de belangen van de veehouderij is enorm. Om de adviezen bij te buigen in een voor de veehouderij gunstige richting moet snel worden gehandeld.

Er is geen tijd om lang stil te staan bij de ammoniak vermindering, die al is gerealiseerd. Ja, de reductie van 64 % sinds 1990 is een hele prestatie. Ja , de Nederlandse veehouderij is efficiënt en heeft daardoor mondiaal gezien een lage carbon foot print per kg product. Ja, het huidige antibiotica beleid is een voorbeeld voor andere landen. Maar ook hier geldt: “ Resultaten uit het verleden zijn geen garantie voor de toekomst”.

Ondanks alle inspanningen is de veehouderij nog steeds verantwoordelijk voor 86 % van de stikstofemissie. Een verder afname is absoluut noodzakelijk om volwaardig aan het debat te kunnen deelnemen.

De effecten van ammoniak emissie gaan verder dan de directe omgeving. Dat blijkt uit de grote hoeveelheden die de grens overgaan. De reductie, die vanaf 2000 door de landbouw is gerealiseerd, heeft niet geleid tot een vermindering van de stikstofdepositie in natuurgebieden. Een landelijke aanpak is noodzakelijk om de druk op natuurgebieden verminderen.

Al in de 90-er jaren heeft de diervoedersector onderzoek gefinancierd naar de relatie tussen voeding en ammoniakuitstoot. Ik had de eer om voorzitter te zijn van de commissie, die het onderzoek begeleidde. De uitkomsten waren duidelijk. Voeraanpassingen kunnen de ammoniakemissie verminderen.

Verlaging van eiwitgehalte, het gebruik van fermenteerbare koolhydraten, verandering van de mineralen samenstelling, multifase voedering zijn allemaal effectief. Het mooie is dat deze effecten optelbaar zijn. Recent onderzoek bij Schothorst Feed Research toonde aan dat weidegang van koeien en gebalanceerde pensfermentatie ook de ammoniak emissie verminderen. Daarnaast is de toevoeging van benzoëzuur effectief gebleken.

Toepassen van de bestaande kennis kan de uitstoot verminderen. De veehouderij- en de diervoedersector kunnen een positieve bijdrage leveren aan het nationale debat door hun achterban te verplichten bestaande kennis in voeders en rantsoenen toe te passen. Dat vraagt moed. Niet iedereen in de achterban zal het met gejuich ontvangen. Het zal aanpassing van bedrijfssystemen vragen en soms kostenverhogend werken. Met antibiotica is aangetoond dat gezamenlijke inspanningen tot resultaten leidt.

In het verleden heeft de overheid voermaatregelen niet omarmd omdat het moeilijk controleerbaar was. Zij stond niet te trappelen om het voerspoor te benutten. Bij de stoppersregeling is dat  bezwaar aan de kant gezet.

Algemeen landelijk geldende voermaatregelen kunnen een grote bijdrage leveren aan de oplossing van de stikstofemissie problematiek. Dat kan pijn doen. Maar is niet te vergelijken met de pijn voor alle betrokkenen in de veehouderij als de maatschappij ons dwingt tot een substantiële verkleining van de Nederlandse veestapel.

Uilskuiken

Deze vakantie hadden wij een huis met zwembad in Toscane gehuurd. De temperatuur bereikte tot lusteloosheid aanzettende hoogten. We slenterden van schaduw naar schaduw door de karakteristieke plaatsjes. Kerken en musea fungeerden als kleurige en rijk gedecoreerde schuilplaatsen tegen de verzengende hitte.

De terugreis naar het vakantiehuis in de aircondioner koele auto was weldadig. Bij het uitstappen viel de vochtige warmte als een zware deken over ons heen. De luchtige kleding plakte gelijk latex aan onze klamme lichamen. Het lauwwarme zwembad lonkte verleidelijk.

Zoon lag als eerste in het blauwe bad. Opgewonden riep hij ons ook te komen. “Zo direct, eerst nog even de spullen uit de auto”, antwoordden mijn vrouw en ik na een 40-jarige training eensgezind. “Maar er ligt een uilskuiken in het water”. “Dat wisten we al”, was de voor de hand liggende reactie.

De toon in zijn stem dwong ons om te gaan te kijken. In de hoek van het zwembad zat een zielig kijkend, ineen gedoken bruin uilskuiken. Twee gele ogen staarden stoïcijns voor zich uit. Onduidelijk of dit zijn gewone uitdrukking was of dat stress de schijnbaar wezenloze blik veroorzaakte.

Het was een raadsel hoe en waarom hij in het water terecht was gekomen. Wilde het een verkoelend bad nemen  en als een rechtgeaard uilskuiken niet wetend dat je dan moet kunnen zwemmen?  Op de minst diepe plaats kon het nog net staan. De met waterverzadigde vleugels waren te zwaar voor de weinig ontwikkelde vliegspieren. Het kon geen kant uit, laat staan op de kant komen.

Voorzichtig zette Zoon het dier op de kant. Eenmaal vaste grond onder zijn doorweekte pootjes kreeg de adrenaline grip op hem en schoot het weg onder de beschermende takken van een overhangende struik. Daar nam het zijn roerloze uil-houding weer aan.

Een uur later zat het standbeeld er nog steeds. Bezorgde familieleden hadden ondertussen opgezocht hoe het beest gevoerd moest worden. Kip voldeed het best aan zijn dieetwensen.

Toen de koperrode zon zich achter de horizon verschool was de jonge uil verdwenen. Waarschijnlijk op zoek naar muizen en andere wezens die bij de schemering weer actief worden en ons achterlatend met een unieke herinnering aan de Toscaanse warmte.

Plofmerel

Ik heb een speciale band met merels. Zodra ik met schep of schoffel in de tuin kom, zijn ze er als de kippen bij om brutaal de blootgelegde kronkelende wormen en andere aardbewoners onder mijn schep weg te pikken. Hun gedrentel belemmert mijn werkzaamheden op een prettige manier.

Ik had ze al een tijdje gemist en had me er al bij neergelegd dat ze slachtoffer waren van het nietsontziende dodelijke merel-virus.

Mijn dag kon niet meer stuk toen ik ze weer zag. Het samenspel van ochtendzon en dauw gaf het fris groene gazon glans. Het vormde het decor voor een vertederend schouwspel. Pa merel in zijn deftige zwarte pak en felle oranje snavel werd achtervolgd door 2 hippende bolletjes. De chocoladekleurige moeder volgde op enige afstand.

Als kleine kinderen bij de snoepafdeling van de supermarkt bedelden de jongen om voer. Bij de eerste worm waggelden ze naar hun vader. Met hun wijd open bekjes en met hoge frequentie fladderende vleugeltjes, schreeuwden ze om aandacht. Pa merel had ondertussen een snavel vol wormen en torretjes. Behendig werd het achter in de keel van de jongen gepropt. Franse producenten van foie gras kunnen nog wat opsteken van deze voertechniek.

De enkele weken oude schreeuwertjes zijn bijna groter dan hun ouders. De vakidioot in mij maakt onwillekeurig de vergelijking met de groei van kippen. Hoe snel bereiken deze babyvette verenballen hun volwassen gewicht? Internet moest uitkomst bieden.

De zoekwoorden “merel” en “gewichtsontwikkeling” gaf een flink aantal hits. Websites waarop vrouwen vol trots hun gewichtsafname aan de wereld tonen. Interessant, maar niet wat ik zocht. Na een uur lang duizenden zoekwoord combinaties zonder succes te hebben ingetoetst, gaf ik het op.

Vergelijkbare zoektochten bij mussen en spreeuwen gaven helemaal geen hits.

De 5 weken oude merels zijn bijna even groot als hun ouders.  De moderne kip heeft daar 3 tot 4 maanden voor nodig. Vergeleken met de vogels die in mijn tuin hun eerste vlieguren maken en van wormenmaaltijden genieten, zijn de huidige vleeskuikens maar traag groeiende vogels.

Deze traag groeiende dieren zijn door de marketeers van Wakker Dier omgedoopt tot plofkippen. Op basis van groeisnelheid verdienen alle tuinvogels het Plof-predicaat. Het gaat mij te ver om mijn begeleider tijdens tuinwerkzaamheden plofmerel te noemen.

Waterschapsverkiezingen

Niet-de-eerst-de-beste mailde me onlangs dat hij het stembiljet voor de waterschapsverkiezingen had verscheurd. Ik werd er “niet boos, maar verdrietig” door. Dat gevoel heb ik altijd als iemand doelbewust niet stemt.

Hij voelde zich onvoldoende geïnformeerd en begreep ook het belang van de verkiezingen niet. De ministeries moeten toch in staat zijn goede bestuurders te benoemen. Hij hoopte dat zijn de verscheurdrift  door zijn kinderen wordt overgenomen. Dat stak mij het meest.

De uren daarna vormden  argumenten, emoties en  gedachten een onontwarbare kluwen in mijn gepijnigde hersenen.  Blokkeerde  mijn emotie begrip voor zijn argumenten? Voor zijn Amsterdamse paalwoning is een goed waterpeil toch van levensbelang.

Het belang en de taken van het waterschap zijn voor veel kiezers net zo onbekend  als de geur van het oerwoud. Zij zijn in het “goede” gezelschap van premier Rutte. Gevraagd naar het belang van de waterschapsverkiezingen antwoordde hij: “Iedereen wil toch schoon drinkwater.”  Daar gaat het waterschap juist niet over.

Wel de zorg voor waterkering, waterpeil en schoon oppervlakte water.

Als 5-jarige hoorde  ik voor het eerst over waterbeheer. Mijn opa harkte halfvergane stinkende planten en blubber op de slootkant.  De op die leeftijd klassieke vraag: “Waarom?” werd geduldig beantwoord. Leunend op zijn hark vertelde hij dat het water dan beter weg kon.

Op de volgende Waarom? antwoordde hij ;”Als ik het niet doe, kan het land onder water lopen. Na zondag komen mensen kijken of ik  het goed heb gedaan en ik ga bij anderen gaan kijken. Dat heet schouwen.”

De waterschapsverkiezingen waren ondergesneeuwd door de verkiezingen voor Provinciale Staten, die op hun beurt weer door de landelijke politiek waren gekaapt. De Baudet-hype in de media  liet geen ruimte voor informatie over het belang van waterschapsverkiezingen.

Oorspronkelijk waren landeigenaren en boeren belanghebbenden bij de waterschappen. De burgers moesten wel mee betalen. Niet-agrarische belangen als recreatie, natuur en milieu werden steeds  belangrijker in het beleid en uitvoering van taken. Burgers verdienden een stem in het bestuur.

De politieke partijen zijn in het gat gesprongen, zelfstandig of zoals de linkse partijen, met een gezamenlijke lijst. Voetje voor voetje sluipen politieke machtspelletjes  de waterschapsbesturen binnen. Het spreekwoordelijke poldermodel wordt langzaam ondergraven.

Het zou beter zijn dat iedere belangengroep experts mag voordragen. Dat bevordert evenwichtige belangenafweging en besluitvorming meer dan besluiten op basis van macht. Macht, gelegitimeerd  door slecht geïnformeerde kiezers.

Niet-de-eerste-de-beste had dus een punt. Het is verstandiger niet te stemmen dan een willekeurig vakje rood te maken. De waterschappen moeten hun taken en dilemma’s meer bekendheid hebben gegeven als zijn kinderen mogen stemmen. Dan wordt het stembiljet gebruikt waarvoor het is bedoeld.

De vergadering

Ik reed naar een bestuursvergadering op de Veluwe. De avondzon gaf de wereld  een gouden gloed en de uitbottende bomen symboliseerden de definitieve komst van de lente.  Er stonden geen grote punten op de agenda. Ik verwachtte niet laat thuis te zijn en hoopte nog wat van de avond te genieten.

Om half 8 waren nog niet alle leren stoelen in de modern ingerichte directiekamer bezet. Tien  minuten later druppelde Altijd-te-laat binnen. Zijn excuus: “Net toen ik wilde parkeren,  ging de telefoon”, werd gelaten aanvaard. De vergadering kon beginnen.

Bij agendapunt 1 opende iemand de enveloppe met de stukken. Anderen openden verscholen achter hun laptops de digitale versies.  Het was on duidelijk of ze dat al eerder gedaan hadden.

Het jongste lid kondigde aan om uiterlijk kwart voor 10  te moeten vertrekken vanwege de oppas. Instemmend werd gemompeld dat dit hen ook goed zou uitkomen. “Dat moet lukken als iedereen meewerkt”, stelde de voorzitter zelfverzekerd.

De notulen kwamen aan de orde. Steevast-spelfoutenontdekker leunde trots glimmend achterover. Hij was weer succesvol geweest. Voor hem kon de avond niet meer stuk.

Altijd-op-anderen-reageerder had nog eens  nagedacht en vond dat de genotuleerde beslissing moest worden aangepast. De vorige vergadering werd overgedaan. De stemming werd grimmiger. De voorzitter raakte de regie kwijt. Buiten was de gouden gloed  donkergrijs geworden.

Het volgende agendapunt betrof het personeelsbeleid. De directeur vroeg of iedereen de notitie had gelezen die gisteravond op de mail was gezet. De helft had het niet gelezen. Er werd een leespauze ingelast. De andere helft bestudeerde de kleurrijke expressionistische schilderijen aan de muur.

De vergadering werd vervolgd. De korte voorbereiding gaf de onderbuikdiscussie volop de kans. Babylonië was er niets bij. De voorzitter probeerde vergeefs een conclusie te trekken. Met steeds groter wordende transpiratievlekken onder zijn oksels stelde hij voor de volgende keer een definitief besluit te nemen.

Opgelucht liet oppas-aflosser zich excuseren en  graaide de papieren bij elkaar.

Vervolgens stond  overleg met de gemeente op het programma.  De voorzitter en de secretaris waren het niet eens over de aanpak. In de onderlinge discussie werden 6 keer dezelfde argumenten gebruikt. Ze verschilden alleen in volgorde en toonhoogte. Ondertussen raadpleegden de anderen hun smartphones veelvuldig.

De doorgaans zwijgzame penningmeester greep in: “Zal ik vertellen waar jullie het over eens zijn?”  De verschillen bleken futiel.

De overige agendapunten werden uitgesteld.

Op de terugweg maakten donderwolken de wereld aardedonker. Het chagrijn over een verloren avond  versterkte mijn vermoeidheid.  Toen ik  thuis de oprit opreed, klonk de eindtune van Met het oog op morgen.

Tulpentoeristen

De tulpenvelden hebben Flevoland omgetoverd in een veelkleurig schouwspel. Luchtfoto’s zouden niet misstaan op tentoonstellingen over de Stijl.  Het is een verademing na de donkere grijsgrauwe vlakten in de winter. Hordes dagjesmensen weten dat ook, ze nemen de polder in bezit en trekken zich nergens wat van aan.

De wandel-, fiets- en autoroutes leiden toeristen langs de bollenvelden.  Talloze vrijwilligers hebben zich uitgesloofd om de buitenwereld die schoonheid te tonen en het saaie imago van de streek op te fleuren. Hier en daar probeert een gezin een graantje mee te pikken door een zomerse Koek en Zopie  op te zetten of hun huis via Airbenb te verhuren.

De over de smalle polderwegen kronkelende verkeersslang roept beelden uit het verleden op. De tot de nok toe met kinderen en opa en oma’s gevulde gezinsauto’s zijn ingeruild voor glimmende cabriolets met gesoigneerde pettendragers  en buitenlandse campers met grijze koppen.

Ik mis de bloemenslingers, die vroeger in de echte bollenstreek door kinderen verkocht werden aan stapvoets file rijdende automobilisten. De op de motorkap van de auto vastgebonden rood-gele slingers werden als trofeeën van een opwindend uitje meegevoerd.

Nu blokkeren verlaten auto’s met nog openstaande deuren de wegen. De selfie midden in een bollenveld is de moderne trofee. Ter  plaatse worden grote hoofden met een kleurige achtergrond op de sociale media gedumpt om met de wereld hun “goede gevoel”- ervaring te delen.

Dan zijn er ook nog de zich professioneel wanende amateurfotografen, die met hun gloednieuwe 20.000 pixelapparaten, op hun buik liggend, die ene bijzondere tulp willen fotograferen. Ondertussen worden tientallen andere bloemen geplet bij het kiezen van de juiste positie. Niet wetend dat die bijzondere tulp ziek is en zo snel mogelijk wordt vernietigd.

Zelf ga ik op de fiets. Het vechten met windkracht 5 hoort daarbij. Ik troost me met de gedachte dat fysieke inspanning goed is. Het goede gevoel verdwijnt snel als ik door gezellig keuvelende elektro-pensionado’s wordt ingehaald.

De eerste tulpen zijn alweer gekopt. Over  een paar weken is de unieke kleurschakering verdwenen en heeft plaats gemaakt voor wit en paars bloeiende aardappelvelden en het geel van koolzaad. Gecombineerd met het frisse groen van graan en de bloeiende akkerranden is het nog steeds mooi, maar te weinig spectaculair voor massatoerisme.

Dan wordt de polder weer van de bewoners. Het is als familiebezoek. Even is leuk maar het mag niet te lang duren. Je moet er niet aan denken dat je in Amsterdam woont en het hele jaar gasten over de vloer hebt.

Kiezersdilemma

Bij de verkiezingen deze week strijden de  landelijke politieke leiders om de gunst van de kiezer. Deze provinciale verkiezingen bepalen meer dan ooit de toekomstige Haagse verhoudingen. Tijdens televisiedebatten raken de provinciale thema’s ondergesneeuwd en komen nauwelijks aan de orde.  Bij de regionaal belangrijke thema’s voel ik me meer verwant met een andere partij dan bij de landelijke vraagstukken. Dat maakt de keuze deze keer duvels ingewikkeld.

Naar verwachting zal de coalitie haar meerderheid in de Eerste Kamer gaan verliezen. Juist omdat de Eerste Kamer meer politiek stelling neemt wordt haar samenstelling belangrijk. Dat verklaart ook de extreem grote media aandacht.

Als ik de mogelijkheid had, koos ik voor verschillende partijen voor de Eerste Kamer en voor de Provinciale Staten. Landelijk spelen  thema’s als onderwijs, pensioenen, inkomensverdeling en klimaat.  Dat zijn totaal andere vraagstukken  dan ruimtelijke ordening, openbaar vervoer infrastructuur en de verhouding tussen  natuur en landbouw, waar de provincie zeggenschap over heeft.

Ik vind klimaat, inkomensverdeling en onderwijs belangrijke onderwerpen waar ik een duidelijke mening over heb. Het zou logisch zijn dat ik mijn keuze daardoor laat bepalen. Het zou het kabinet dwingen om meer rekening te houden met de standpunten van  mijn geestverwanten.

Door het systeem van getrapte verkiezingen heeft mijn stem als inwoner van Flevoland voor de Eerste Kamer meer gewicht dan die van een Noordhollander. Per 10.000 inwoners heeft Flevoland 1 stem in de verkiezingen voor de Eerste Kamer, voor Noord Holland is dat één per 50.000 inwoners. Het is voor Flevolanders een buitenkansje om meer invloed te hebben op de besluitvorming op het Binnenhof.

Regionale thema’s hebben direct invloed op de eigen leefomgeving. Ook daar wil ik invloed op hebben. Ik wil mijn stem laten gelden over zaken als landbouw en natuur, de ruimtelijke ordening en  stimuleren van de regionale economie.

Daarnaast ben ik meer bekend met het functioneren een aantal statenleden dan senatoren . Sommigen hebben het in mijn ogen goed gedaan, anderen juist niet. Voor allemaal geldt dat zij zich in hebben gezet voor het algemeen belang. Hen niet te waarderen door mijn stem te laten bepalen door de landelijke politiek geeft een licht schaamtegevoel.

Ik overweeg tegenwicht te bieden aan de nationale campagnes en mijn betrokkenheid bij Flevoland de prioriteit te geven. Zeker is dat nog niet. Het is niet uitgesloten dat ik in het kieshokje nog een munt moet opgooien en het lot laat beslissen, welke partij en welke persoon mijn stem krijgt. Het zal een keuze worden waar ik lang over heb nagedacht, maar desondanks een ongemakkelijk gevoel geeft.