Welzijn of Duurzaam

De West-Europese veehouderij worstelt met het dilemma: krijgt welzijn of duurzaamheid prioriteit.  Beide maatschappelijke wensen staan op gespannen voet met elkaar. Vooralsnog zijn ze onverenigbaar. Een debat over de balans tussen deze vraagstukken was dan ook een goed initiatief.

Onlangs  werd in  Nieuwspoort de 2-jaarlijkse Romijn lezing gegeven. Een lezing, die controversiële thema’s behandelt op het snijvlak van pluimveehouderij en maatschappij. Deze keer stond de balans tussen duurzaamheid en welzijn op de agenda. Sprekers met een verschillende achtergrond gaven hun zienswijze.

Vol verwachting had ik de reis naar Den Haag gemaakt. Aan het eind van de middag was ik lichtelijk teleurgesteld. Niet dat ik had verwacht mind-changing informatie te ontvangen, maar de meeste  lezingen gaven uitsluitend, vaak al bekende, informatie. De sprekers hadden al een standpunt ingenomen. Het was jammer dat  hun afwegingen onderbelicht bleven.

De meeste sprekers gaven dierwelzijn de hoogste prioriteit. Het Kipster-project werd een lichtend voorbeeld en boegbeeld voor de sector genoemd. De burger heeft welzijn hoog in het vaandel staan. Aandacht voor welzijn zal een maatschappelijke voorwaarde zijn om vleeskuikens te mogen houden.

Een andere spreker maakte duidelijk dat het paradepaardje van Wakker Dier, het langzaam groeiende kuiken, meer milieubelasting tot gevolg heeft in de vorm van CO2 emissie en bodemgebruik.  Zij werkt bij een premixbedrijf dat wereldwijd actief is. Het advies dat het bedrijf aan haar klanten geeft is afhankelijk van de  marktvraag in de desbetreffende regio.

Het inkomen van de vleeskuikenhouder kwam niet aan de orde.  De spaarzame beschikbare gegevens wijzen op een lager saldo voor de boer bij langzaam groeiende dieren. Een steekproef op pluimveeweb noemt een verschil van 15 euro per m2. De dominante positie van supermarkten in de keten pakt ook hier niet positief uit voor de ketenpartners. Zoals gebruikelijk hangt de veehouder aan de laatste speen.

In een van de lezingen werd gerefereerd aan onderzoek dat zowel de efficiëntie als welzijn bij snel en langzaam groeiende kuikens had gemeten. In dat 15 jaar oude onderzoek bleek dat bij traag  groeiende kuikens het welzijn beter, maar de milieubelasting groter was. De indruk bestaat, dat mede door regelgeving, de verschillen in welzijn beduidend zijn afgenomen. Er is behoefte aan meer recentere gegevens.  Die zijn nauwelijks publiek beschikbaar zijn. Een gecontroleerd onafhankelijk onderzoek naar dit dilemma is hard nodig.

Welzijsverbeterende productiesystemen zijn negatief voor grondstoffengebruik, mineralen en broeikasgas emissies.  De urgentie om de opwarming van de aarde te verminderen is groot. De keuze is een ethisch vraagstuk. In die afweging laat ik de balans doorslaan naar duurzaamheid. Als we vandaag niet beginnen ons daar op te richten, hebben generaties na ons daar nog last van. Welzijnsverbetering kan altijd nog.

De toekomst is aan witte eieren

De Nederlandse consument kiest bewust voor bruine eieren. Onterecht denkt hij of zij dat dit de meest duurzame keuze is, terwijl dat juist het witte ei is. Deze misperceptie is het gevolg van falende communicatie van de pluimveesector.

Er zijn zoveel verschillende soorten eieren dat de consument door de bomen het bos niet meer ziet. Toen ik jong was verkocht mijn vader maar 2 soorten; grote en kleine. Als je nu voor het schap staat, proberen veel  kleurrijke etiketten de aandacht te trekken. Scharreleieren, biologische eieren, vrije uitloop eieren, gras eieren, viergranen eieren, omega eieren communiceren via de zijkant van het doosje hun onderscheidend vermogen.

Een relatief nieuwe loot aan deze sorteringsboom is het Rondeel-ei. Het is het enige ei dat van de Dierenbescherming een 3-sterren keurmerk heeft gekregen. In een originele verpakking van 3 eieren presenteren zich aan het winkelend publiek. Voor een prijs, die bijna 2,5 maal hoger is dan het witte scharrelei, is de Mercedes onder de eieren te koop.

De Bentley onder de eieren kwam  ik in Zwitserland tegen: “Eier mit Hertz”. Per 20 hennen liep er één haan bij. Het appelleerde aan de seksuele behoefte, die ieder wezen heeft en waarmee de consument zich kan identificeren. Je kunt je afvragen of het wel zo prettig is voor de voorkeurshen, die 20 keer per dag de scherpe, bewegende nagels van de haan op haar rug voelt.

Er is geen verschil tussen de witte en bruine eieren. In de beleving van de Nederlandse consument staat de bruine kleur voor gezond, welzijn en niet-batterij. De kleur geeft de eieren een extra positieve uitstraling. Marketeers maken gebruik van die associatie  en willen daarom alleen bruine eieren in het merk. Het resultaat is bijna alleen bruine eieren in het schap. Onderaan bij je voeten staan in plastic doosjes witte scharreleieren.

Ik koop altijd witte eieren. Voor het welzijn van de kip maakt het geen verschil. Behalve dat het witte ei 2 cent goedkoper is, is ook de milieubelasting minder. Witte eieren hebben nogal wat voordelen als duurzaamheid in acht wordt genomen. De levensduur van de kippen is langer en per ei is 10 % minder voer nodig. Dat betekent een lagere behoefte aan grondstoffen, minder mineralen uitstoot en een lagere carbon footprint.

Een recente uitzending van de Keuringsdienst van Waarde was geheel gewijd aan het verschil tussen bruine en witte eieren. De presentatoren vroegen zich aan het eind van het programma oprecht en terecht af waarom er nog bruine eieren worden geproduceerd.

Consumenten perceptie is hardnekkig en moeilijk te veranderen. Het vraagt een uitgebreid communicatie traject. Daarnaast moet de hele keten willen meewerken. De vervanging van het bruine ei door een witte hoeft niet lange te duren als de supermarkten, die duurzaamheid hoog in het vaandel hebben, besluiten alleen witte eieren te verkopen.  De uitzending van de Keuringsdienst van Waarde  zou voor de legsector  een vertrekpunt kunnen zijn voor gerichte communicatie naar de consument.( https://www.youtube.com/watch?v=hvfx8ooIpoU)

P.S.

2 weken na het schrijven van de column zag ik voor het eerst witte Vrije-uitloop eieren in het schap. Het gaat de goede kant op.

Chinese oplossingen

Internet heeft een grote invloed op ons gedrag en consumptiepatroon. De winkelcentra zijn van hun ziel beroofd. Niet alleen in ons land maar ook in China. De gezellige drukte is verworden tot een leegte waar een enkele digibeet eenzaam winkelt. Traditioneel bekende winkelketens als de HEMA en Blokker staan aan de rand van de afgrond. De statige panden van V&D wachten hetzelfde lot als veel kerken.  Stadscentra worden strand boulevards: een aaneenschakeling van eettenten, terrassen en kroegen. Zo ook in China. Daar worden nieuwe ideeën getest waar het Westen van kan leren.

Het smartphone autisme is in China een nationale ziekte geworden. De levenslijn met de omgeving is Wechat, een combinatie van Whatsapp, Facebook, Fitbit, Paypal, Tikkie en wellicht nog veel meer. Geen Wechat betekent in die netwerkcultuur een sociaal isolement.

Het Wechat effect is alom zichtbaar. In de kantorenwijken staan tussen de middag files van maaltijdbezorgers. Zij mogen de kantoren niet in.  Als een neergestreken zwerm bijenwachten ze onderaan de kantoorreuzen totdat ze van hun honing worden verlost. In de liften is het brede pallet van etensgeuren bijna misselijkmakend.

Als ik wat bij Bol.com bestel is mijn buurvrouw de klos. Half beschaamd haal ik ’s avonds het pakketje op. De eerste paar keer kreeg ik dan nog koffie, dat is over. Om die schaamte te vermijden zijn er in China andere oplossingen gevonden. Bij de recepties van kantoor zijn afhaalcentra voor internet bestellingen gemaakt. Service van de zaak.

En dan is daar de populaire, allesoverheersende internetwinkel Alibaba. Een exponent van de Chinese droom, die bestaat uit veel geld hebben en dat breed te laten hangen. Door het Alibaba- succes staan gloednieuwe winkelcentra  te midden van kantorencomplexen leeg.

Er worden nieuwe bestemmingen gezocht. Een voorbeeld daarvan stond naast mijn hotel in Nanjing.  Het complex heet Vrouwenhemel, maar dan in het Chinees. De basis is een grote kinderopvang open van 6 uur ’s morgens tot 11 uur ’s avonds. Een 5-sterren dagbesteding met speelplekken, knutselclubs en huiswerkbegeleiding. Speciale dieetprogramma’s voor de KFC-vadsige prinsen en prinsesjes van de één-kind gezinnen zijn optioneel.

De moeders komen 2 keer per dag in het kinderdomein waar ze zich in een snoepwinkel kunnen wanen. Sportschool en sauna exclusief voor vrouwen, nagelstudio’s, massage en schoonheidssalons, restaurants en een cosmetische kliniek voor kleine ingrepen inclusief gebitsverwitting en Westerse oogvorming.  Kledingwinkels met de duurdere damesmode en bijbehorende accessoires zijn de chocola. Alles om het voor de bemiddelde moderne Chinese vrouw te behagen.

Er zijn dus oplossingen. Ik ben benieuwd wanneer we dit concept in de oude V&D panden zien verschijnen.

Kringlooplandbouw

Kringlooplandbouw is het toverwoord dat centraal staat in de visie van minister Schouten. We moeten meer circulair gaan denken. Op veel beleidsterreinen zal het roer om moeten om dit te realiseren. Deze toekomstvisie en bijvoorbeeld het voerspoor staan op gespannen voet met elkaar.

De Nederlandse veehouderij is groot geworden als veredelaar van reststromen tot hoogwaardige dierlijke producten. Geleidelijk is dat minder geworden. De huidige maatregel om via het voer de P-uitstoot te verminderen, draagt bij aan die negatieve trend.

Een cocktail van milieumaatregelen, voedselveiligheid en consumentenperceptie heeft de voersector de positie als verwerker van reststromen tot waardevolle producten, ontnomen. Het is nog niet zolang geleden dat de schillen werden opgehaald voor de koeien, restaurant afvallen voor varkens en slachtafvallen om na bewerking in veevoer te verwerken. Hergebruik dat ter wille van voedselveiligheid verboden is.

Daar zijn milieunormen bijgekomen. In het streven om de P via de mest te beperken worden voeders met een laag P gehalte geproduceerd. Het gevolg is dat bijproducten worden vervangen door granen, sojaeiwitten de voorkeur krijgen boven Europees raapzaadschroot en een product als DDGS minder aantrekkelijk wordt.

De voersector is helaas minder circulair geworden. Voer is steeds meer in competitie met voedsel voor de mens.  Dit staat loodrecht op de lange termijn ambitie om circulair denken een integraal onderdeel van ons handelen te maken. Bovendien is de traditionele voorsprong van de Nederlandse veehouderij, waar goede goedkope voeders met bijproducten een belangrijk onderdeel van waren, verloren gaan.

De sector moet de ambitie hebben om de oude slogan  “Van wat de mens niet lust of smaakt wordt door het vee iets goeds gemaakt” te vitaliseren. Daarvoor zal geïnvesteerd moeten worden om reststromen geschikt te maken voor diervoeding. Dat geldt niet alleen voor traditionele voedermiddelen maar ook producten, die nu niet in beeld zijn.

Dat zal de nodige tijd vragen. Het voerspoor zal de eerste tijd minder duurzame neveneffecten hebben. Dat is onvermijdelijk. Investeren in de verbetering  van reststromen zal speerpunt in de sector moeten zijn. Pas dan zullen het voerspoor en circulair denken hand in hand kunnen gaan en kan de sector een bijdrage leveren aan de toekomstvisie van de minister.

Oostvaardersplassen

De strijd in de Oostvaardersplassen is gestreden. Het aantal grote grazers  wordt verminderd. De koeien, paarden en herten krijgen hun oorspronkelijke functie weer terug. De biodiversiteit te verbeteren, de flora en fauna te ondersteunen. Een functie, die verloren was gegaan omdat zij zich ongebreideld mochten vermenigvuldigen.

Ik keek met gemengde gevoelens naar de dieren als ik met de treindoor het gebied reed. De grote kuddes zijn een lust voor het oog. Tegelijkertijd dacht ik aan de schaduwzijden, voor de dieren en de natuurontwikkeling.

Vorige week was het treinraampje geen venster naar een weelderig dierenrijk. Een lege, dorre vlakte met een enkele kale dode boom als onderbreking van de monotone saaiheid, vulde mijn blikveld. De voorvechters van “ laat de natuur zijn beloop hebben”, hadden de strijd verloren. Het leek of de tactiek van de verschroeide aarde was gebruikt. Zo zag het gebied eruit.

De inzet van dieren was oorspronkelijk het bevorderen van de biodiversiteit van het gebied, anders zou het uiteindelijk een groot wilgenbos worden. Zij zouden open vlakten creëren en voor meer variatie in het landschap zorgen.  De voortplantingsdrift en het gebrek aan vijanden maakten dat het één steppelandschap werd, waar te weinig voer was voor alle dieren.

Het grote publiek vond deze grote dierentuin prachtige natuur. De aaifactor was het leidende sentiment. Met dieren in de hoofdrol werd een film over het gebied gemaakt: “De Nieuwe Wildernis”. Een nieuwe toeristische attractie met een hoog stads feel-good sentiment was geboren. Daar pasten honger, ziekte en de dood niet bij.

De eerste protesten tegen niet-ingrijpen beleid kwamen van lokale veehouders. De onnodige hongersnood  botste met hun aangeboren zorgplicht voor dieren. Internationale commissies werden ingesteld die concludeerden dat deze kunstmatige  natuur zijn gang mocht gaan. De beelden van uitgemergelde scharminkels kwamen niet uit Afrika, maar doken op in het centrum van ons land van melk en honing. Met dat verschil dat ingrijpen strikt verboden was.

Het voedseltekort nam in de winter van 2018 schrikbarende vormen aan. Er ontstond een brede coalitie  tussen dieren liefhebbers uit de steden en veehouders om tegen het beleid in,  de dieren bij te voeren. De spanning tussen  actievoerders en beleidshandhavers liep hoog op. Medewerkers van Staatbosbeheer werden bedreigd , vergelijkingen met concentratiekampen  waren niet uit de lucht, het escaleerde omdat het bijvoeren nadrukkelijk werd verboden.

Het beleid werd onder druk van de maatschappelijke commotie aangepast. Tijdelijk mocht er worden bijgevoerd. Desondanks overleefde bijna de helft van de dieren de winter niet. Een nieuwe commissie sprak zich uit over de toekomst van het gebied en de dieren in het bijzonder.

In de toekomst zullen er aanmerkelijk minder dieren zijn. Er zal meer moeras komen en er zullen bomen worden geplant. De verschroeide aarde  kan weer tot leven komen. De grazers krijgen hun oorspronkelijke functie als terreinbeheerder terug. Als de zangvogels, de struwelen en de moerasvegetatie weer terugkeren kan de strijdbijl definitief worden begraven. We hebben dan een uniek park want voor echte natuur is in Nederland geen ruimte.

Alternatieve melk

 

Plantaardige dranken zijn in opkomst.  Ze worden verkocht onder de misleidende naam melk. Het zijn witte vloeistoffen, die de zich  bewustwanende consumenten, moeten verleiden.

De reden om naar alternatieven voor melk te zoeken zijn divers. Veganisten gebruiken uit principe geen dierlijke producten. Mensen met een lactose intolerantie kunnen melk niet verdragen. En dan heb personen die melk gewoon niet lekker vinden. Allemaal begrijpelijke motieven.

De alternatieven komen in veel varianten. Havermelk, sojamelk, kokosmelk, amandelmelk en rijstmelk: allemaal melken.  De hele marketing trukendoos wordt  opengetrokken om je bekend te maken met het product. Inclusief pitspoezige dames die je verleiden om te proeven.

Op een warme zomerse zaterdagmiddag  werd ik verleid.  Een verwachtingsvolle glimlach keek naar me, toen ik een slok nam uit het mij aangereikte pakje amandelmelk. De amandelsmaak explodeerde in mijn mond en was zo overweldigend dat ik moeite had het door te slikken. Beschaamd deed ik de rest in een afvalbak. Gewone amandelen smaken beter.

Het is onbegrijpelijk dat het melk mag worden genoemd. Melk is een beschermde naam, vastgelegd in de Warenwet en in EU-richtlijnen.   De naam melk mag alleen worden gebruikt voor het product dat door melkklieren van vrouwelijke zoogdieren wordt afgescheiden zonder dat daar stoffen aan worden toegevoegd of onttrokken.

Sojamelk voldoet op geen enkele manier aan die definitie. Soja is geen zoogdier maar een biseksuele plant. Bovendien worden vaak vitamines, calcium en zout toegevoegd. In de biologische varianten zijn toevoegingen verboden. Dan moet de vitamine B12 uit een pilletje komen.

Recent onderzoek van Mc Gill University in Canada liet zien dat de voedingswaarde van de verschillende plantaardige “melken” minder was dan van koemelk. Soja kwam er nog het dichtste bij. Het positieve van soja is dat het isoflavonen bevat. Dit zijn hormoonachtige stoffen die de werking van estrogenen beïnvloeden. Vooral bij vrouwen na de overgang kan dit positief zijn.

Lactose intolerante mensen kunnen de melksuiker niet verteren. Het wordt dan brandstof voor de darmbacteriën met diarree of een opgeblazen gevoel als gevolg. Sojamelk kan geen alternatief zijn voor lactose intolerante mensen. Soja bevat vergelijkbare suikers, raffinose en stachyose. Ook die zijn onverteerbaar en hebben hetzelfde effect op de darmbacteriën als lactose.

Melk wordt geproduceerd door dieren. Het is een product dat zuiver is en waaraan niets is toegevoegd. Dat blijft ook zo. En al die andere “melken” zijn niet meer en niet minder dan plantendrankjes met een smaakje waar, afhankelijk van de producent, meer of minder stoffen aan zijn toegevoegd.

Vrouwenquotum

Vrouwen zijn ondervertegenwoordigd in leidinggevende functies. Door het glazen plafond zou er onvoldoende worden gezocht naar geschikte vrouwen. Er moet een vrouwenquotum komen om dit te veranderen. Ik vind dit een overdreven politiek correcte maatregel.

Toen ik het woord vrouwenquotum de eerste keer hoorde, dacht ik, zijn ze helemaal gek geworden. Werd er om een maximum aan vrouwen in leidinggevende posities gevraagd? Ik zag het al voor mij. De CEO van AKZO belt met zijn evenknie van Unilever met de vraag: “Heb jij nog quotum over? Kan ik het van je kopen? Ik heb een talentvolle vrouw, die ik wil benoemen maar mijn quotum is vol”. Ik zag een nieuwe vorm van vrouwenhandel opdoemen.

Er wordt precies het omgekeerde bedoeld. Ook met dat doel heb ik moeite. Niet dat er geen talentvolle, geschikte vrouwen zouden zijn om topfuncties te bekleden. Verre van dat. Moeite heb ik met het Calimero gedrag waarvan de derde feministische golf zich bedient.

Het zou de moeite waard zijn om te onderzoeken welke eigenschappen topvrouwen hebben. De keuzes die ze hebben gemaakt, zowel zakelijk als privé. De uitkomsten kunnen vrouwen met ambities helpen hun doel te bereiken.

Ik heb een paar maal meegemaakt dat zeer capabele vrouwen na hun bevalling minder wilden werken. Op mijn vraag of hun partner dat ook deed, werd ontkennend geantwoord. Zij vervielen in het traditionele rolpatroon. De dagelijkse huishoudelijk verplichtingen en zorg voor de kinderen kwam op hun schouders neer. Zij deden hun werk vervolgens goed maar niet meer dan dat.

Capaciteiten, talent en ervaring zijn alleen voldoende voor de absolute toppers. Anderen hebben meer nodig. De meest kritische periode in een loopbaan is tussen de 35 en 45 jaar. Dan moet je zichtbaar zijn of je onderscheiden. Als naast je werk al je energie wordt opgeslokt door je gezin, huishouden of carrière van je partner, komen de eigen ambities in het gedrang.

Beslissers moeten je kennen. Dat kan alleen door je te profileren en aandacht te besteden aan netwerken, hetzij zakelijk hetzij maatschappelijk. Als je naast je normale werk niet uit je privé cocon komt, lukt dat niet.

Wellicht wordt het allemaal hormonaal bepaald. Waar de testosteron van mannen hun bravoure geeft, maakt oxytocine vrouwen juist zorgzaam en voorzichtig. Daarnaast kan ook de seksuele voorkeur van vrouwen voor foute mannen een rol spelen. Daar mag niet te veel ondersteuning van worden verwacht.

Marike Stellinga betoogde in haar boek dat het glazen plafond niet bestaat. Het bestaat wel. De beste bouwers daarvan zijn de vrouwen zelf. Vrouwen met ambitie zullen duidelijke afspraken met hun partners moeten maken over de rolverdeling thuis. Soms zullen ze van hun omgeving een duwtje nodig hebben om door het zelfgebouwde glazen plafond heen te breken. Een vrouwenquotum is dan overbodig.

Participatie in windmolens

Van de beloofde participatie in windmolenprojecten in Flevoland lijkt maar weinig van terecht te komen. In het Regioplan Windenergie wordt participatie expliciet genoemd als kernpunt van beleid. Alle bewoners van Zuidelijk en Oostelijk Flevoland zouden betrokken worden in de planvorming en financieel participeren in de exploitatie. De initiatiefnemers van Windplan Blauw moeten nog goed hun best doen om daaraan te voldoen.

Ik hoor het Nico Verlaan, toen wethouder van Dronten, nog zeggen: “Zou het niet mooi zijn als u langs de windmolens rijdt en kunt denken, daar is ook een schroef van mij bij”. Dit zou een gouden kans zijn voor de inwoners van Dronten. Tijdens diezelfde bijeenkomst werd gevraagd je naam op te geven als je actief wilde meedenken. Ik heb dat gedaan, maar daarna niets meer vernomen noch van de initiatiefnemers noch van de gemeente.

Het is een voorbeeld waarbij de politiek verwachtingen schept, maar vergeet daar harde voorwaarden aan te stellen zodat ze ook waargemaakt worden. De plannenmakerij is in een eindfase. Straks is Swifterbant omringd door 61 stalen reuzen. De meesten zijn meer dan 2 maal hoger dan de Domtoren.

Midden in de vakantieperiode kon bezwaar worden gemaakt tegen het voorkeursalternatief. Alleen direct belanghebbenden mochten bezwaar aantekenen. Dat heet dan zienswijze. Ook zo’n misleidend woord dat de normale burger op het verkeerde been zet.

De zienswijzen kwamen er. De wijze waarop men bij voorbaat dacht aan enkele bezwaren tegemoet te komen, is stuitend. Door de stalen giganten 40 meter verder van het dorp af te zetten zou het probleem op gelost zijn. Dat is niet wat het dorp wil. Er is slecht geluisterd naar bijvoorbeeld Dorpsbelangen.

Dorpsbelangen wil de variant Kamperhoek. Het is al verwonderlijk dat die niet als eerste voorkeur is gekozen. Verstopt in de bijlagen blijkt uit het MER rapport dat deze korte lijnen variant minder nadelen heeft dan het huidige alternatief. Die zijn bij de keuze van het voorkeuralternatief als geringe verbeteringen aan de kant geschoven. Voor bewoners van het buitengebied is dat zo, maar niet voor het dorp.

Ik heb niets tegen windenergie, ook niet tegen het initiatief dat is genomen. De ondernemersgeest is zelfs te prijzen. Om een voor de omgeving zo’n ingrijpend plan draagvlak te krijgen, is luisteren naar de stem van het dorp een absolute voorwaarde. De ondernemers in het buitengebied zijn ook onderdeel van de gemeenschap Swifterbant. Laat participatie geen loze kreet zijn. En wat die financiële participatie in de exploitatie betreft: Dat is meer dan geld verschaffen.

Zuid Amerikaanse bosindex

De Zuid-Amerikaanse bosgebieden worden steeds kleiner. Volgens een recent rapport van de Wereldvoedselorganisatie zal in het komend decennium in Brazilië en Argentinië 20 miljoen hectare bosgrond moeten worden ontgonnen om aan de wereldwijde vraag naar voedsel te voldoen. Dat is 5 keer de oppervlakte van Nederland. De eisen die overheden en consumenten aan de veehouderij stellen, vergroten de behoefte aan landbouwgrond. Het is goed om die eisen te vertalen naar de extra behoefte aan landbouwgrond in Zuid-Amerika. Oftewel ten kosten van hoeveel bos gaat dat.

Neem het paradepaardje van Wakker Dier: de plofkip. Die mogen niet meer. Onder invloed van publiekscampagnes wordt in Nederlandse supermarkten uitsluitend kippenvlees van langzaam groeiende dieren verkocht. De kippen doen er langer over om hetzelfde gewicht te bereiken. Recent experimenteel  onderzoek toonde aan dat daarvoor 20% meer voer nodig was. Alleen voor de Nederlandse productie komt dat overeen met 80.000 ha extra grond om de verminderde efficiëntie te compenseren. Ruim de helft van de oppervlakte van de provincie Utrecht.

De sterke wens om koeien in de wei te laten lopen heeft ook een schaduwzijde. Ze lopen door hun eigen voer en pissen en poepen daar op. Daarbij gaat minimaal 10 % van de voerproductie voor deze dieren verloren. Van de 1 miljoen ha grasland wordt het equivalent van 100.000 ha vertrapt en bescheten. Dat is nog eens 70 % van de oppervlakte van Utrecht

Dan zijn er nog eisen die de overheid en de EU stellen. In biologische voeders mogen geen zuivere aminozuren, de bouwstenen voor eiwit, worden toegevoegd. De biologische productie van eieren en vlees is maar een klein deel van de totale productie. Toch heeft dit verbod als effect dat voor deze bescheiden productie minimaal 22.000 ha  extra sojabonen moet worden geteeld omdat anders de dieren onvoldoende voedingsstoffen krijgen. Als al het vlees in Europa biologisch zou worden geproduceerd is, zou een gebied ter grootte van Gelderland en Brabant samen moeten worden ontbost.

Helemaal onbegrijpelijk is dat slachtafvallen niet in de veevoeding  mogen worden gebruikt, maar wel in voer voor honden en katten. En dat in de tijd, waarin het circulaire denken hot is. Het gevolg is dat in de EU jaarlijks  1 miljoen ton hoogwaardige eiwit wordt verbrand.  In sojateelt uitgedrukt is dat  800.000 ha. De gezamenlijke oppervlakte van Drenthe en Gelderland.

De Zuid-Amerikaanse bossen zijn waardevol. Als longen voor de wereld en als reservoir voor biodiversiteit. De effecten zijn alleen uitgedrukt in ontbossing. Andere milieueffecten als carbon footprint, ammonia en methaan komen daar nog bovenop. Als de West-Europese consumenten en de overheden zich zouden realiseren welke effecten hun eisen op de ontbossing in de wereld hebben, zouden zij meer waardering hebben voor efficiënte veehouderij. Een bosindex kan helpen de gevolgen meer inzichtelijk te maken.